Samen houden we de buurt veilig . . . ! (2)

Senioren waken over hun buurt
Senioren zijn waakzaam in hun woonomgeving en dragen eraan bij dat de buurt veilig is en blijft. Bijna de helft van de senioren heeft ooit een melding gedaan bij de politie, blijkt uit het rapport ‘Senioren waken over hun eigen buurt’ van KBO-PCOB uit 2018. Het meest werd inbraak gemeld (30 procent), gevolgd door een verdacht persoon (25 procent), relschoppers, een aan­rijding of blikschade (alle drie 9 procent).
Verder meldden ze zaken als vuurwerkoverlast, auto-inbraak, geluidsoverlast en personen die zich verdacht ophielden in de straat. Maar liefst 45 procent van de senioren speelt een rol in het veilig houden van de wijk, zo blijkt ook uit bovengenoemd rapport. “We krijgen al jaren signalen dat het onveiligheidsgevoel onder senioren toeneemt”, zegt Jan Brinkers, beleidsadviseur bij KBO-PCOB.
Dat blijkt niet gebaseerd te zijn op feiten: het Centraal Bureau voor de Statistiek meldt al sinds de eeuwwisseling en op basis van de laatste Veiligheidsmonitor uit 2017 over door de politie geregistreerde misdrijven dat het aantal gewelds-, vermogens- en vandalismedelicten in alle regio’s daalt. Toch adviseert seniorenorganisatie KBO-PCOB op basis van de uitkomsten van haar onderzoek senioren zelf actief te zijn bij het veiliger maken van hun buurt.
“Wij raden onder meer aan: neem deel aan Buurtpreventie WhatsApp­groepen, zorg voor goede, gecertificeerde sloten en mocht er toch wat gebeuren: doe altijd aangifte bij de politie. Senioren doen dat vaak niet omdat ze denken dat het aan henzelf ligt, omdat ze de deur niet op slot hadden of in een babbeltruc zijn getrapt. Schaamte speelt dan mee. Onterecht”, meent Brinkers.

(bron: Plus Online)

0

Samen houden we de buurt veilig . . . ! (1)

De donkere dagen breken weer aan. Gezellig, maar ook met de jaarlijks terugkerende extra zorgen over (on)veiligheid. Met behulp van WhatsAppgroepen en Facebook waarschuwen veel senioren elkaar. Waarom slaat dat eigenlijk zo aan?

Vroeg in de ochtend piept de telefoon. Een bericht in de appgroep Attentie Buurtpreventie: ‘Op de dijk staat een verdachte auto met draaiende motor.’ Theo Schaap, beheerder van deze Alphense groep, woont vlak bij de plek des onheils en neemt direct een kijkje. “Het bleek iemand te zijn die op zijn afspraak stond te wachten. Niets aan de hand. Dan meld je dat in de app en is iedereen gerustgesteld.”
Zo simpel kan het zijn. Al is het niet per se de bedoeling dat je zelf de straat op gaat. Elkaar of de politie waarschuwen bij verdachte situaties is doorgaans voldoende. Buurtbewoners die zich verenigen in WhatsAppgroepen zorgen daarmee voor extra veiligheid in hun wijk. Tilburger Ton Evers (60) kan erover meepraten. Nadat hij in 2014 het idee had gelanceerd om WhatsApp en Facebook in te zetten voor het terugdringen van het aantal woninginbraken, leken deze inderdaad direct fors af te nemen.

Onderzoek van Tilburg University toonde vervolgens aan dat de maatregelen daadwerkelijk hadden geleid tot een daling van het aantal inbraken met 50 procent in de betrokken wijken. Daarna kreeg de aanpak veel navolging, nationaal én internationaal. En op verschillende manieren. Vaak onder het motto Attentie Buurtpreventie of bijvoorbeeld Waaks!
De appgroep brengt cohesie in de wijk
Waaks! is een project op meerdere plekken in Amsterdam en andere plaatsen in Nederland. Gemeente, politie en buurtbewoners werken hierin samen in een appgroep. Onder hen Harry Brockhus (67). Hij woont in Amsterdam-Zuid: “Een gestolen voorwiel van mijn fiets. Eerlijk gezegd is dat het ergste wat mij ooit is overkomen. Toch ben ik ingegaan op een uitnodiging om me aan te sluiten bij Waaks! voor buurtpreventie.
Het is een goed initiatief. Op deze manier kun je zelf wat doen om de buurt veiliger te maken. Dat vind ik een prettig idee.” Tot nu toe heeft Brockhus één keer een melding gemaakt via WhatsApp. “Maar deze appgroep levert ook op andere manieren genoeg op: het brengt cohesie in de wijk, creëert een gevoel van saamhorigheid met andere buurtbewoners.”

(bron: Plus Magazine)

0

Vijf tips tegen vermoeidheid

Het is koud, nat en eerder donker. Voor veel mensen de tijd waarin ze nou niet bepaald overstromen van levenslust. Vier van de tien Nederlanders voelen zich in de donkere en koude maanden moe en minder energiek dan in de warmte en het licht van de zomer. Vijf tips om vol energie de herfst door te komen.

1. Beweeg je fit
Probeer in ieder geval vijf dagen in de week een half uur te bewegen. Intensief sporten mag, maar een wandeling maken of op de fiets naar het werk of naar school telt ook. Tijdens het sporten maakt je lichaam endorfine aan, waardoor je je energiek voelt.

2. Bespaar energie
Na het ingaan van de wintertijd zijn veel mensen een tijdje van slag. De wintertijd-jetlag duurt meestal een paar dagen. Ben je gewend aan de wintertijd, zorg dan voor regelmaat. Dat klinkt saai, maar uit onderzoek blijkt namelijk dat routinematige activiteiten 10 keer minder mentale energie kosten dan niet-routinematige activiteiten. Je bespaart zo energie.
3. Zorg voor voldoende vitamines
Vermoeidheid en irritatie liggen in de donkere dagen op de loer. Drie B-vitamines lijken te helpen in de strijd daartegen. Vitamine B1 bijvoorbeeld, maar ook vitamine B2 en B6 lijken de stemming positief te kunnen beïnvloeden. Deze B-vitamines komen volop voor in een evenwichtige en gevarieerde voeding. Eet daarom gezond en denk vooral aan volkorenproducten en aan magere vleessoorten, kaas of melkproducten. Vooral bij een actieve levensstijl en in veeleisende periodes waarin er van alles op je afkomt kan een dagelijkse multivitamine helpen om te zorgen voor voldoende energie in je lichaam.
4. Kies voor gezond eten
Probeer iedere dag voldoende basisvoedingsmiddelen binnen te krijgen. Kies zo min mogelijk voor tussendoortjes die veel suiker en of vet bevatten. Dit zijn voedingsmiddelen die je geen waardevolle stoffen leveren, maar wel veel calorieën: verkeerde energie dus. Kies liever voor herfstgroente of smoothies. Daarvan krijg je juist energie en ze zijn nog goed voor je weerstand ook.
5. Voldoende licht
In de herfst en de winter maak je geen vitamine D meer aan. Je moet het dus hebben van de voorraad die je in de zomer hebt aangemaakt. Niet iedereen is het in de zomer gelukt om voldoende buiten te zijn. Dan kan aanvulling zinvol zijn.

Bron(nen): Vitamine Informatie Bureau

 

0

Nationale Hypotheek Garantie . . .

Wat verandert NHG in 2020?

NHG voert volgend jaar een aantal aanpassingen door. Eén van deze wijzigingen is dat de NHG-premie omlaag gaat naar 0,7%. Onze financieel specialist Karin Boog kijkt alvast vooruit en deelt 3 van deze wijzigingen.
De premie voor Nationale Hypotheek Garantie (NHG) gaat in 2020 omlaag van 0,9% naar 0,7%. Dit betekent dat er maximaal € 2.170 aan kosten wordt gerekend en voor een hypotheek met meefinancieren van energiebesparende maatregelen maximaal € 2300,20. Vereniging Eigen Huis roept al geruime tijd dat de premie omlaag moet. In 2019 werd het eerste stapje gedaan en nu de volgende.
Kostengrens gaat naar € 310.000
Wie een woning koopt, kan een hypotheek afsluiten met NHG. Dit kan tot een bepaald bedrag, ook wel de kostengrens of NHG-grens genoemd. In 2019 ligt deze kostengrens op € 290.000. Volgend jaar gaat deze grens omhoog naar €310.000 In 2020 kun je een duurdere woning kopen met NHG.

Wil je energiebesparende maatregelen financieren, dan kan dat voor maximaal 6 % bovenop de marktwaarde van jouw woning. Aangezien de kostengrens omhoog gaat, mag je in 2020 € 18.600 besteden aan energiebesparende maatregelen, wanneer je deze wilt meefinancieren met NHG. In 2019 was dat bedrag maximaal € 17.400.
Oversluiten van niet NHG naar NHG
Het is in 2020 niet meer mogelijk om een hypotheek zonder NHG over te sluiten naar een hypotheek met NHG als de waarde van de woning boven de kostengrens ligt. Dus is de waarde van de woning hoger dan € 310.000 dan kun je niet meer oversluiten naar NHG ook al is je hypotheek lager dan € 310.000.

(bron: Karin Boog, financieel specialist bij Vereniging Eigen Huis: ‘In 2020 kunt u een duurdere woning kopen met NHG.)

 

0

WhatsApp werkt straks niet meer op oudere telefoons

Berichtenapp WhatsApp werkt volgend jaar niet meer op een aantal smartphones. Op andere oudere telefoons kunnen mensen nog wel appen, maar de app krijgt geen updates meer.
Vanaf 1 januari 2020 werkt WhatsApp niet meer op Windows Phones. Dit zijn oudere toestellen. Wie zo’n telefoon heeft en WhatsApp wil blijven gebruiken, moet overstappen naar een andere smartphone.
Na 1 februari 2020 stopt de ondersteuning voor oudere besturingssystemen van mobiele telefoons. De app werkt dan nog wel, maar er komen geen updates meer uit. Na verloop van tijd kunnen onderdelen van WhatsApp ook niet goed of helemaal niet meer werken. De app verwijderen kan wel, maar opnieuw installeren kan niet. Dat geldt voor toestellen met Android-versie 2.3.7 en ouder, en iPhone iOS 7 en ouder. En de volgende telefoons:
Acer Liquid Z Duo Z110
Acer Liquid Z Z110
HTC Velocity 4G
Huawei Activa 4G M920
iPhone 4
Lenovo K800
LG Optimus 3D Max P720
LG Optimus 3D Max P720H
LG Optimus 3D Max P725
LG Optimus Elite LS696
LG Prada 3.0 P940
LG Spectrum VS920
Motorola Atrix TV XT682
Motorola Defy Pro XT560
Motorola Fire XT317
Motorola MotoLuxe XT615
Motorola XT532
Orange San Diego
Samsung Galaxy S2 LTE GT-i9210
Samsung Galaxy S2 LTE GT-i9210T
Samsung Galaxy S Lightray 4G SCH-R940
Sony Xperia Acro HD SOI12
Sony Xperia acro HD SO-03D
Sony Xperia Advance
Sony Xperia Go ST27a
Sony Xperia Go ST27i
Sony Xperia ion 3G LT28h
Sony Xperia ion LTE LT28at
Sony Xperia ion LTE LT28i
Sony Xperia P LT22i
Sony Xperia S LT26i
Sony Xperia Sola MT27i
Sony Xperia U ST25a
Sony Xperia U ST25i
T-Mobile Concord
Vodafone Smart II V860
Xolo X900
Yezz Andy 3G 4.0 YZ1120

(bron: Seniorweb)

0

8 vragen over de griep . . .

Koorts, koude rillingen, hoofdpijn, keelpijn en spierpijn. Allemaal symptomen die bij de griep horen. Heb jij er last van? Acht veelgestelde vragen over griep én de antwoorden op een rij.

Wat is griep?
Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Bij griep heb je last van symptomen als koorts, koude rillingen, hoofdpijn, keelpijn en spierpijn. Veel ziektes met koorts, verkoudheid en hoesten worden in de volksmond ‘griep’ genoemd. Meestal worden deze ziektes echter veroorzaakt door een ander virus en is er dus geen sprake van griep. Echte griep komt vooral in de winter voor.
Waarom krijgen mensen vooral in de winter griep?
In de winter zijn de temperaturen lager en is de lucht droger. Het griepvirus gedijt daar goed bij. Mensen zitten in het winterseizoen vaak veel en dicht bij elkaar in kleine ruimten die weinig geventileerd worden. Het virus verspreidt zich hierdoor gemakkelijker.

Kun je griep voorkomen?
De enige bewezen methode om griep te voorkomen is de griepprik. Toch zijn er ook mensen die griep krijgen terwijl ze de griepprik hebben gehaald. De griepprik werkt alleen tegen de belangrijkste virussen waardoor mensen dat jaar de griep krijgen. Daarom moet je ook ieder jaar weer een nieuwe griepprik halen.
Kun je twee keer griep krijgen in één seizoen?
Helaas ben je niet immuun voor de griep als je het eenmaal hebt gehad. Het influenzavirus is er in verschillende subtypen, die op hun beurt weer in allerlei varianten voorkomen. Doordat die ook nog eens voortdurend veranderen, kun je steeds opnieuw griep krijgen.
Hoelang duurt de griep?
Griep gaat meestal vanzelf over. De koorts en pijn zullen drie tot vijf dagen aanhouden, maar het kan wel een paar weken duren voordat je je weer helemaal fit voelt. Soms gaat het niet vanzelf over. Er kunnen andere ziekten bijkomen waarvoor je wel een behandeling nodig hebt, zoals bijvoorbeeld longontsteking.
Wanneer moet je naar de huisarts met griep?
Als je langer dan vijf dagen ziek bent, benauwd wordt of als je suf wordt of veel slijm ophoest. Ook als je onder een risicogroep valt en de griep hebt, is het verstandig contact op te nemen met je huisarts. Risicogroepen zijn: mensen die ouder dan 60 jaar zijn, een hart- of vaatziekte hebben, een longziekte zoals astma of COPD hebben, diabetes hebben, een nierziekte hebben of weinig weerstand door een ziekte of medicijnen, zoals chemotherapie. Ook als je griep hebt gehad en een paar dagen geen koorts hebt gehad, maar toch weer koorts krijgt.
Mag je sporten als je grieperig bent?
Als je griep hebt, mag je niet sporten. Je lijf heeft veel energie nodig om weer beter te worden, dus verspil geen kracht aan sporten. Flink bewegen met griep vertraagt je herstel alleen maar. Het kan zelfs gevaarlijk zijn om te trainen met koorts.
Wat kun je het beste drinken bij griep?
Omdat je bij koorts veel vocht verliest, is het belangrijk om veel te drinken. Water of thee bijvoorbeeld. Veel mensen knappen op van een kop gemberthee. Ook zweren velen bij een kom kippensoep om zich weer wat beter te voelen.
Bron(nen): RIVM Nederlands Huisartsen Genootschap Nivel

1+

Groepswonen

Groepswonen, iets voor u?
Er is veel veranderd op het gebied van wonen en zorg. De verzorgingshuizen verdwijnen en mensen blijven langer thuis wonen. Steeds meer mensen gaan op zoek naar een manier van wonen en leven die prettig en veilig voelt als ze ouder worden. Groepswonen kan hiervoor een oplossing zijn.

Bent u benieuwd of dat iets voor u is? Dan bent u van harte welkom op een informatiebijeenkomst, georganiseerd door de gemeente Westland, de Seniorenraad en het Centrum Groepswonen. U krijgt dan een indruk van wat groepswonen betekent en van het leven in een woongroep.

Drie informatiebijeenkomsten
U kunt vrijblijvend langskomen op:
– 15 oktober, Monster, De Noviteit (Tuinzaal)
– 19 november, Naaldwijk, Ontmoetingskerk
Programma
Het programma van de informatiebijeenkomsten ziet er globaal als volgt uit:
19.00 uur inloop
19.15-20.15 uur presentatie door Terry van der Heide (Centrum Groepswonen) en toelichting van een ervaringsdeskundige
20.15-20.45 uur beantwoording vragen
21.00 uur einde

Ook op het PLUStival op 8 november kunt u zich laten informeren over groepswonen.

Wat is groepswonen?
Iedereen heeft bij groepswonen zijn eigen huis. Dat kunnen woningen naast elkaar zijn of verspreid over een straat, buurt of flatgebouw. Soms zijn de mensen in een groep ongeveer van dezelfde leeftijd, maar ook jong en oud door elkaar is mogelijk. Een woongroep is geen verzorgingshuis of serviceflat. Mensen kunnen zichzelf redden.

Voordelen
De mensen in een woongroep zijn betrokken bij elkaar en respecteren elkaars privacy. Ze helpen elkaar zonder zich daartoe verplicht te voelen. Heeft een buurvrouw griep, dan is een ander bereid om boodschappen voor haar te doen. Dat gaat over en weer. Ze vragen elkaar mee voor een museum- of filmbezoek of organiseren samen een feestje. Verder delen zij bijvoorbeeld een tuin, ontmoetingsruimte of auto. Onderling maken de bewoners afspraken.

Het Centrum Groepswonen heeft veel ervaring op het gebied van groepswonen en helpt bewoners om dit vorm te geven. Meer informatie over groepswonen is te vinden op www.centrumgroepswonen.nl].

Vast hartelijk bedankt voor het delen.

Wanneer u inhoudelijke vragen heeft, dan kunt u contact opnemen met de projectleider, de heer Propsma via telefoonnummer 0174-672675 of e-mail: jmpropsma@gemeentewestland.nl.

(bron: Gemeente Westland)

0

Vallen . . . zo voorkomt u letsel

U kunt nog zo voorzichtig zijn, maar soms is een val niet te voorkomen. Met deze tips zorgt u ervoor dat áls u valt, de gevolgen zo klein mogelijk blijven.
Meer dan de helft van de valpartijen van 65-plussers gebeurt in en om het huis. Een val levert vaak verwondingen op. Met deze tips kunt u misschien voorkomen, dat u ernstig gewond raakt door uw val.
De valairbag
De heupairbag of valairbag kan voorkomen dat u een heup breekt bij een val. Het is een soort riem die u onder uw kleding draagt. U voelt en ziet er niks van. Door een ingewikkeld softwaresysteem met bewegingssensoren kan de riem vaststellen of iemand in balans is of niet. Aan de hand daarvan wordt de airbag in minder dan een seconde opgeblazen om uw val te breken. Deze airbags kosten tussen de 500 en 700 euro. Bent u vooral bang om met de fiets te vallen? Kies dan voor een fietshelm. Er zijn ook fietsairbags die u om uw nek kunt dragen zodat hoofdletsel kan worden voorkomen. Deze zijn voor 299 euro te bestellen bij de ANWB.
De heupbeschermer
De heupbeschemer is een soort onderbroek die u net als de heupairbag onder uw kleding draagt. In de broek zit schokbrekend of schokdempend materiaal zodat uw val wordt opgevangen. Op die manier verkleint u de kans op een gebroken heup. Groot voordeel van de heupbeschermer of hipshield is dat deze 30 euro kost en dus een stuk goedkoper is dan de fietsairbag. De beschermer is verkrijgbaar in verschillende maten en er is een mannen- en vrouwenvariant.
Een valkussen
Bent u bang dat u uit bed valt? Dan kan een valkussen heel handig zijn. U kunt het kussen naast uw bed op de grond leggen. Kijk wel uit dat u er ’s nachts niet over valt. Omdat er een handvat aan het kussen zit, kunt u het kussen makkelijk verplaatsen of meenemen.
Een cursus veilig vallen
Veel gemeentes bieden ‘Valpreventie’ cursussen aan. U leert dan niet alleen hoe u het vallen kunt voorkomen, maar ook hoe u zich veilig en op een ontspannen manier kunt opvangen als u toch valt. Op de site van VeiligheidNL kunt u zien waar er bij u in buurt valcursussen worden gegeven. Ook veel fysiotherapeuten geven valcursussen. U kunt bij uw verzekeraar navragen of de cursus (deels) vergoed wordt. Bij de meeste aanvullende verzekeringen is dat zo. U kunt natuurlijk ook bij uw huisarts terecht voor advies.
Vitamine D
Wist u dat extra Vitamine D ervoor zorgt dat uw spieren en botten langer sterk blijven? Ouderen krijgen te weinig Vitamine D binnen én maken er minder van aan. Een tekort aan vitamine D kan leiden tot botontkalking(osteoporose), een verminderde afweer, zwakkere spieren en een slechter evenwichtsgevoel. Ouderen die te weinig vitamine D binnenkrijgen, hebben vaker moeite met bijvoorbeeld opstaan uit een stoel en traplopen. Bovendien verkleint vitamine D de kans op botbreuken en maakt het de spieren sterker, waardoor de kans op vallen aantoonbaar afneemt. U kunt Vitamine D bij de drogist kopen.
Een eerste begin
Veel ongelukken zijn eigenlijk heel gemakkelijk te voorkomen. De kans op uitglijders wordt al een stuk kleiner als u antislipstickers in bad of douche aanbrengt of als u antislipsokken draagt. Maar ook is het handig dat er automatisch een licht gaat branden als u ’s nachts uit bed gaat. Zodat u verlicht van bed naar toilet kunt bijvoorbeeld. Interpolis heeft daarvoor het basispakket valpreventie ontwikkeld.
Personenalarmering
Als u dan toch valt, is het belangrijk dat er snel hulp komt zodat erger letsel kan worden voorkomen. Met een personenalarm kunt u anderen alarmeren als er binnenshuis iets met u aan de hand is. Zo’n alarm bestaat onder meer uit een ketting met een knop. Maak het koord daarvan niet te lang: de knop dan alsnog buiten bereik komen. Maar er is tegenwoordig ook mobiele alarmering. Daarbij maakt het niet uit of u thuis bent of onderweg. Dat werkt meestal met een horloge. Een voorbeeld daarvan zijn de Wuzzi horloges die verkrijgbaar zijn in de preventiewinkel van Interpolis. Er zijn ook alarmen met sensoren die een val automatisch signaleren en daarna alarm slaan. Een goed werkend personenalarm is een geruststellende gedachte, zowel voor uw familieleden als voor uzelf. Meer informatie over personenalarmering leest u hier.
Een Hulphond
Epilepsie- of hulphonden worden ingezet bij mensen met epilepsie, bijvoorbeeld om te voorkomen dat iemand valt. De honden zijn zo getraind dat ze weten wanneer hun baasje op het punt staat een aanval te krijgen of te vallen. Wist u dat een hulphond dan een alarmknop kan bedienen van het personenalarm? Dat hij medicijnen of hulp kan halen? Of u in zijligging kan leggen? Hulpenhonden worden ook steeds vaker ingezet bij ouderenzorg. Voor meer informatie over hulphonden kijkt u op www.hulphond.nl.

0

Hoe gevaarlijk is de e-sigaret?

De e-sigaret, ook wel ‘vaper’ genoemd, komt regelmatig in het nieuws, en lang niet altijd positief. Er zijn meldingen over gezondheidsproblemen en zelfs doden en longartsen en onderzoekers waarschuwen voor de gevaren van de e-sigaret. Gezondheidsnet zet de zaken voor je op een rij.

Waaruit bestaat een e-sigaret?
Een e-sigaret bestaat uit drie onderdelen: de vloeistofpatroon, de verdamper en de batterij. De vloeistofpatroon bevat de gearomatiseerde (er zijn inmiddels meer dan 500 smaken te koop!) nicotine die je als e-sigaretgebruiker rookt. De patroon is meteen ook het mondstuk van de e-sigaret. De verdamper zet de nicotinevloeistof om in damp. En dan is er nog de spanningsbron: een batterij die het verwarmingselement van de e-sigaret activeert. Het roken van een e-sigaret wordt ook wel ‘dampen’ of ‘vapen’ genoemd.
Welke problemen zijn er inmiddels gemeld?
Bij de Britse gezondheidswaakhond MHRA zijn er 74 meldingen binnengekomen die mogelijk te maken hebben met de e-sigaret. In 49 gevallen spreekt de MHRA van serieuze kwalen. In totaal zijn er 200 kwalen die mogelijk worden veroorzaakt door de e-sigaret. Denk daarbij aan aandoeningen als hartproblemen, pijn op de borst, longproblemen, vermoeidheid en gewichtsverlies. Alle meldingen die de MHRA ontving, zijn afkomstig van mensen die de kwalen zélf koppelen aan het gebruik van de e-sigaret. Nader onderzoek staat op de planning.
Volgens verschillende media in de Verenigde Staten zouden 12 mensen zijn overleden als gevolg van het gebruik van de e-sigaret. Daarnaast zijn er ongeveer 800 patiënten die melding maken van ‘mysterieuze ademhalingsaandoeningen’. In Amerika wordt nu nader onderzoek gedaan naar de gevolgen van het gebruik van de e-sigaret. De Amerikaanse gezondheidsdienst CDC adviseert geen e-sigaretten meer te roken.
In Nederland hield de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose (NVALT) een enquête onder 1100 leden. Daarop volgden binnen drie dagen drie meldingen van mensen van wie hun longkwaal wellicht te wijten is aan het dampen van de e-sigaret. Volgens de voorzitter van de NVALT hadden deze mensen daarvoor geen longziekte.
Ook in andere landen ligt de e-sigaret onder vuur. Onder meer Brazilië, India, Thailand en Singapore hebben de e-sigaret al in de ban gedaan of zijn dat van plan.

Hadden de patiënten al langer last van gezondheidsproblemen?
Daar lijkt het niet op. De patiënten die melding maken van problemen na het roken van een e-sigaret zijn vaak relatief jong en verkeerden in goede gezondheid. De klachten ontstonden kort nadat zij een e-sigaret hadden gerookt.
Zijn er kanttekeningen bij de gemelde problemen met de e-sigaret te plaatsen?
Ja, die lijken er wel te zijn. Volgens de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) hadden veel van de Amerikaanse slachtoffers THC-olie (olie met cannabis) aan hun e-sigaret toegevoegd. Deze olie zou vooral in het illegale circuit worden gekocht. Er loopt nu een onderzoek naar het mogelijke verband tussen het roken van deze olie en de sterfgevallen.
Hoe gevaarlijk is de e-sigaret nu echt?
Een eerste indicatie voor de risico’s van de e-sigaret kwam er in 2018. Onderzoekers van de universiteit van Birmingham stelden toen dat het roken van de gearomatiseerde nicotine gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Het inhaleren van de nicotinedamp beschadigt namelijk bepaalde cellen die belangrijk zijn voor het immuunsysteem. Beschadiging van deze cellen leidt dan ook tot een groter risico op longinfecties, zeggen de onderzoekers. Ze voerden hun onderzoek uit op menselijke cellen, niet op mensen. Hoewel de onderzoekers stellen dat er meer onderzoek nodig is, willen ze al wel waarschuwen voor de – volgens hen onderschatte – gezondheidsrisico’s van de e-sigaret. Tegen EenVandaag verklaarde Esther Croes, arts-epidemioloog van Trimbos Instituut, onlangs dat de e-sigaret minder gevaarlijk is dan een gewone sigaret. Máár: “De e-sigaret is niet ongevaarlijk. Hoe gevaarlijk hij precies is, daar zijn we nog niet helemaal achter. Dat moet de komende jaren blijken.”
Wat doet de Nederlandse overheid met de e-sigaret?
De overheid ziet de e-sigaret als rookwaar: je mag het dus niet aanprijzen en het is verboden voor kinderen. Vanaf 2020 verdwijnt de e-sigaret achter de balie, buiten het zicht. En staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid heeft de Tweede Kamer beloofd dat er nieuw onderzoek komt naar de gezondheidsrisico’s van de e-sigaret.

Bron(nen): Algemeen Dagblad /Volkskrant

 

0

15 vragen over hartkloppingen

Wat een schrik: je zit rustig op de bank en opeens slaat je hart op hol. Grote kans dat het een aanval van boezemfibrilleren is. Niet direct gevaarlijk, wel heel vervelend. Wat is eraan te doen?

1. Wat is boezemfibrilleren?
Het is een hartritmestoornis waarbij de boezems van het hart snel en ongecontroleerd samentrekken. De hartslag kan oplopen naar 150 à 200 slagen per minuut, twee keer zoveel als normaal.

Het hart bestaat uit vier holtes: twee boezems (of atria) en twee kamers (of ventrikels). Boven in het hart zit de sinusknoop: de elektriciteitscentrale van het hart. Die stuurt elektrische prikkels door het hart waardoor eerst de boezems en een fractie van een seconde later de kamers samentrekken. Dat zorgt dat het bloed door het hart – en de rest van het lichaam – wordt rondgepompt.
Bij boezemfibrilleren is er niet sprake van één, maar van tientallen elektrische prikkels, die zich onafhankelijk van elkaar door de boezems begeven. In plaats van dat ze in een keurig ritme tegelijkertijd samentrekken, trillen ze maar wat aan. Als gevolg van die chaos raken ook de hartkamers ontregeld.
2. Wat merk je daarvan?
Veel patiënten – maar niet alle – hebben last van heftige hartkloppingen en een opgejaagd gevoel. Ook duizeligheid, vermoeidheid en kortademigheid komen voor. Dat kan beangstigend zijn, vooral omdat een aanval van boezemfibrilleren vaak onverwachts komt. Van die angst hebben patiënten soms nog het meest te lijden. Ze durven bijvoorbeeld niet meer te sporten of op vakantie te gaan uit vrees dat er iets fout gaat met hun hart en ze niet op tijd hulp zullen krijgen.
3. Zijn de klachten er continu?
Het begint meestal aanvalsgewijs: de klachten komen op en verdwijnen vanzelf. Soms duurt zo’n aanval een paar minuten, soms een uur of een dag. In de loop van de tijd komen de aanvallen vaker terug en/of duren ze langer. Uiteindelijk kan het boezemfibrilleren chronisch worden en is er constant sprake van een verstoord en versneld hartritme.
4. Wie hebben er het meest last van?
Driekwart van de patiënten is boven de 65 jaar. Van de veertigers heeft 1 op de 100 er last van. Bij mensen van 65 is dat 1 op de 20 en bij mensen van 80 zelfs 1 op de 10. In totaal lijden zo’n 300.000 Nederlanders aan boezemfibrilleren.
5. Is het gevaarlijk?
Nee en ja. Hoe snel en onregelmatig de hartslag ook is, de kamers van het hart blijven hun werk doen. In die zin is het ongevaarlijk. Maar omdat het bloed tijdens het boezemfibrilleren minder goed door het hart stroomt, kunnen er bloedpropjes ontstaan. Die kunnen in de hersenen terechtkomen en daar een beroerte veroorzaken. Ook op andere plekken, bijvoorbeeld in de darmen of de nieren, kunnen bloedpropjes problemen geven. Om dat te voorkomen, slikken veel patiënten antistollingsmiddelen, zogeheten coumarines of vitamine K antagonisten. Die verlagen de kans op een beroerte met 60 tot 80 procent.
Lastig is dat de waarden van het middel in het bloed nogal kunnen schommelen, bijvoorbeeld door het eten van producten met hoge concentraties vitamine K, zoals groene groenten en kaas. Omdat de hoeveelheid medicatie daarop moet worden aangepast, moeten patiënten elke twee à drie weken hun bloedwaarden laten controleren bij de trombosedienst. Overigens verschilt het risico op bloedpropjes van patiënt tot patiënt. Niet iedereen heeft antistollingsmiddelen nodig.
6. Wanneer is het verstandig om naar de dokter te gaan?
Als je meer dan twee keer een op hol geslagen hart hebt gehad of als een eerste aanval langer dan twee dagen duurt. Dus óók als de klachten vanzelf weer over zijn gegaan. Vanwege het verhoogde risico op beroertes is het belangrijk dat boezemfibrilleren vroeg wordt opgespoord – er kunnen dan medicijnen worden gegeven om het te voorkomen. Bovendien verbetert de kwaliteit van leven met de juiste behandeling vaak aanzienlijk. Oudere mensen denken nogal eens dat de klachten bij hun leeftijd horen en dat het geen zin heeft om naar de dokter te gaan. Maar ook zij kunnen dikwijls goed geholpen worden.
7. Hoe ontstaat het?
De meest voorkomende oorzaken zijn achterliggende hartproblemen, aderverkalking, een hoge bloeddruk en een te snel werkende schildklier. Vaak is het ook een kwestie van slijtage van het hart. Fanatieke sporters hebben vanwege de belasting van hun hart meer kans op boezemfibrilleren. Serieus overgewicht, roken en veel alcohol vergroten het risico ook.
8. Kun je boezemfibrilleren krijgen van koffie of alcohol?
Het is bijna nooit de enige oorzaak, maar alcohol en koffie kunnen een aanval van boezemfibrilleren veroorzaken of klachten verergeren. Net als een stofje in Chinees eten, ve-tsin.
9. Is het erfelijk?
Er bestaan zeldzame, erfelijke varianten van boezemfibrilleren. Die openbaren zich meestal al op jonge leeftijd. Boezemfibrilleren boven de 60 is vaak het gevolg van ouderdom of van andere lichamelijke problemen.
10. Hoe kom je erachter of je boezemfibrilleren hebt?
Met behulp van een hartfilmpje (ECG). Dat moet worden gemaakt tijdens het boezemfibrilleren. Als de klachten zich alleen aanvalsgewijs voordoen, krijgt een patiënt vaak voor 24 of 48 uur een draagbare recorder mee naar huis, waarmee de hartslag constant wordt gemeten. Dit heet een holter-onderzoek.
11. Wat is eraan te doen?
In eerste instantie wordt geprobeerd het boezemfibrilleren te voorkomen met een combinatie van medicijnen. Er zijn middelen die de hartslag verlagen, zoals bètablokkers en digoxine, en middelen die het hartritme weer regelmatig maken (anti-aritmica), zoals tambocor en amiodarone. Vooral amiodarone kan vervelende bijwerkingen hebben, zoals zonneallergie en schildklierproblemen.
Omdat de structuur van het hartweefsel door boezemfibrilleren verandert, werken medicijnen na een bepaalde tijd dikwijls niet meer. Dan is een ingreep mogelijk via een dun, buigzaam buisje, een katheter, dat wordt ingebracht via de lies. Ablatie, heet dat. Via de katheter worden stukjes weefsel in de hartwand die ritmeproblemen veroorzaken, uitgeschakeld door er kleine littekens in te maken. De klachten verdwijnen bijna altijd volledig.
Ablatie is een ingewikkelde techniek. Daarom mogen slechts veertien ziekenhuizen in Nederland de ingreep verrichten. Als mensen heel bang worden van het boezemfibrilleren, kunnen ze voor hulp terecht bij een medisch psycholoog.
12. Als je last hebt van boezemfibrilleren, houd je het dan de rest van je leven?
Niet als de achterliggende oorzaak wordt weggenomen. Stel: het boezemfibrilleren komt door een te snel werkende schildklier. Als dat wordt gecorrigeerd, verdwijnt het boezemfibrilleren meestal ook. Het ziet ernaar uit dat door middel van ablatie het boezemfibrilleren zelf kan worden genezen. Maar omdat die techniek relatief nieuw is, is nog niet duidelijk of de klachten op de lange duur kunnen terugkomen.
13. Wat zijn de nieuwste ontwikkelingen?
Onderzoekers werken hard aan nieuwe anti-aritmica met minder bijwerkingen, zoals dronedarone en vernakalant. Er is ook een nieuw soort antistollingsmiddelen in de maak. Die verminderen de kans op een beroerte verder en leiden minder gauw tot bloedingen. Het belangrijkste nieuws is dat patiënten die die nieuwe antistollingsmiddelen gebruiken, niet langer hun bloed hoeven te laten nakijken bij de trombosedienst.
De stollingswaarde blijft automatisch in orde en kan niet meer in de war worden gestuurd door voeding. Dabigatran is naar verwachting de eerste variant van de nieuwe antistollingsmiddelen die (volgend jaar) op de markt worden gebracht. Verder is ablatie in ontwikkeling. Artsen kunnen steeds preciezer werken en er kunnen meer verschillende patiënten mee worden geholpen.
14. Wat mag wel en niet als je last hebt van boezemfibrilleren?
Werken, sporten, vrijen: in principe mag alles, zolang je je er prettig bij voelt. Wie antistollingsmiddelen gebruikt, moet sommige activiteiten, zoals contactsporten, mijden vanwege een verhoogd risico op bloedingen.
15. Hoe kun je zelf boezemfibrilleren voorkomen of klachten verminderen?
Niet roken, niet te veel drinken, regelmatig bewegen en niet te zwaar worden.
Zelf bloedwaarden controleren
Er zijn meters op de markt waarmee iemand die antistollingsmiddelen gebruikt, thuis zijn bloedwaarden kan controleren. Tijdens een training bij de trombosedienst wordt de patiënt geleerd hoe hij zo nodig zelf de dosering van zijn medicijnen kan aanpassen. Iemand die thuis de stollingswaarde van zijn bloed in de gaten houdt, hoeft in plaats van elke twee of drie weken maar vier keer per jaar voor controle naar de trombosedienst.
Met medewerking van Lukas Dekker, cardioloog in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en gespecialiseerd in hartritmestoornissen.

Bron(nen): Plus Magazine

0